BeNeLiga voetbal: de plannen, voordelen en het stopzetten

De BeNeLiga was een plan voor een gezamenlijke voetbalcompetitie voor mannenclubs uit Nederland en België. Het bekendste voorstel telde 18 teams: 10 Nederlandse en 8 Belgische. De bedoeling was meer sterke wedstrijden te organiseren en de financiële en sportieve afstand tot de grootste Europese competities te verkleinen.

Het project is stopgezet. Op 31 maart 2022 maakte de Eredivisie bekend dat de zes betrokken Nederlandse clubs de gesprekken hadden beëindigd wegens onvoldoende draagvlak binnen het Nederlandse voetbal. De onderzochte competitie is niet ingevoerd. [ref]

BeNeLiga: het historische voorstel
Landen Nederland en België
Beoogde start 2025/26; niet gerealiseerd
Clubs 18
Nederlandse clubs 10
Belgische clubs 8
Wedstrijden bij een volledige competitie 306 in totaal; 34 per club
Europese tickets in het werkdocument 7 als uitgangspunt; geen toekenning

Deze opzet kwam voort uit de haalbaarheidsonderzoeken naar de BeNeLiga. Het werkdocument uit 2020 bevatte voorlopige uitgangspunten. Een positief onderzoek betekende dus geen akkoord over invoering, deelnemers of Europese startplaatsen. [ref]

Inhoudsopgave [verbergen]

? min. leestijd | ? woorden

    Welke voordelen moest de BeNeLiga opleveren?

    De initiatiefnemers zagen een grotere gezamenlijke markt als kans om aantrekkelijker te worden voor supporters, sponsors en televisiezenders. Bij de presentatie van het plan werden de volgende voordelen en beloften in het vooruitzicht gesteld:

    • Drie tot vijf keer zoveel sterke wedstrijden voor de topclubs, met vaker duels tussen Nederlandse en Belgische titelkandidaten.
    • Meer weerstand voor spelers en daardoor betere kansen om Europees mee te doen.
    • Meer internationale aandacht, betrokkenheid van fans en commerciële inkomsten.
    • Competities met meer gelijkwaardige tegenstanders, zowel bovenaan als in de nationale divisies daaronder.
    • Een aantrekkelijker en eenvoudiger competitieformat voor elke profklasse, zowel in de BeNeLiga als in de nationale competities daaronder. Voor de gezamenlijke topcompetitie werd een volledige thuis- en uitcompetitie zonder extra play-offs om de titel voorgesteld.
    • Meer kansen voor kleinere clubs op een nationale titel en promotie naar de BeNeLiga.
    • Alle clubs zouden er financieel op vooruitgaan, ook de clubs die in de lagere nationale divisies zouden blijven spelen.

    Dit waren beloften en verwachtingen uit het toenmalige plan. De extra inkomsten zouden over het profvoetbal worden verdeeld, zodat ook de kleinere clubs ervan konden profiteren. [ref]

    Welke nadelen en bezwaren waren er?

    Voorstanders zagen samenwerking als een antwoord op de groeiende afstand tot de Europese topcompetities. In hun afweging ging het daarom ook om de toekomst van een afzonderlijke Eredivisie en Pro League: zouden beide competities zelfstandig aantrekkelijk genoeg blijven voor spelers, supporters en geldschieters? Daar stonden de volgende nadelen en bezwaren tegenover:

    • Reizen: grensoverschrijdende uitwedstrijden konden langere verplaatsingen en hogere kosten betekenen.
    • Wedstrijden tegen topclubs: clubs buiten de BeNeLiga zouden in de reguliere nationale competitie niet meer tegen Ajax, PSV of Club Brugge spelen.
    • Europees voetbal: het uitgangspunt van zeven tickets bood minder plaatsen dan de tien die beide landen in de besproken periode samen hadden.
    • Voetbalcultuur: een nieuwe hoogste divisie kon bestaande rivaliteiten, nationale titels en de band met de eigen competitie veranderen.
    • Verdeling van opbrengsten: meer omzet voor de gezamenlijke topklasse bood op zichzelf geen zekerheid voor de begroting van een club daarbuiten.

    Deze bezwaren speelden mee in de discussie over de nationale voetbalpiramides. De NOS beschreef na het stopzetten onder meer de gevolgen voor kleinere clubs, de Europese tickets en het betrekken van supporters en andere belanghebbenden. [ref]

    Hoe ontstonden de eerste plannen?

    Het idee bestond al vóór het onderzoek van Deloitte. Vanaf 1996 werden meerdere pogingen gedaan; in de jaren negentig waren Anderlecht en PSV pleitbezorgers. Marco van Basten stelde in 2006 als bondscoach een BeNeLiga voor. In 2009 wilde KNVB-voorzitter Michael van Praag een haalbaarheidsstudie. Die voorstellen kregen onvoldoende steun van clubs, onder meer door zorgen over de plaats van kleinere clubs en de belangstelling van supporters. [ref]

    BeNeLiga voetbal logo
    Logo BeNeLiga voetbal

    Welke rol speelden de Europese competitieplannen?

    De gesprekken in 2019 vonden plaats tegen de achtergrond van mogelijke hervormingen van het Europese clubvoetbal. Destijds circuleerde een voorstel met Europese divisies en promotie en degradatie tussen de Europese toernooien. Clubs zouden daardoor hun Europese plaats kunnen behouden zonder zich opnieuw via de nationale competitie te kwalificeren. De vrees was dat de Eredivisie en Pro League zo aan betekenis zouden verliezen. Een sterkere gezamenlijke competitie moest de clubs helpen hun positie te behouden. Het Europese divisieplan was een voorstel en werd niet in die vorm ingevoerd. [ref]

    De uiteindelijk ingevoerde UEFA-hervorming vanaf 2024/25 kreeg een andere vorm: een competitiefase met 36 clubs per Europees toernooi. Plaatsing bleef gebaseerd op sportieve prestaties, onder meer in de nationale competities. Die hervorming hield geen goedkeuring van een BeNeLiga in. [ref]

    Projectleider Bert Habets lichtte in oktober 2020 toe waarom de BeNeLiga op Europese besluitvorming moest wachten. Volgens zijn weergave van een gesprek met UEFA-voorzitter Aleksander Ceferin wilde de UEFA eerst de Europese toernooiformats voor na 2024 afronden. Habets verwachtte dat grensoverschrijdende competities daarna, in het voorjaar van 2021, op de agenda konden komen. Zijn streven om eind 2020 meer duidelijkheid over tv-opbrengsten en Europese tickets te hebben, verschoof naar maart 2021.

    Ook buiten Nederland en België werd over samenwerking gesproken. Habets noemde de Balkan, Scandinavië, Ierland en Noord-Ierland. Volgens hem moest de UEFA eerst een principieel standpunt over grensoverschrijdende competities innemen, voordat een concreet BeNeLiga-voorstel kon worden ingediend. Bereidheid om het onderwerp te bespreken was dus nog geen goedkeuring van de competitie. [ref]

    Waarom wilden Nederlandse en Belgische clubs samenwerken?

    Eind mei 2019 kwamen tien clubs in het Philips Stadion in Eindhoven bijeen. De KNVB en KBVB schoven voor het eerst aan bij dit overleg. KAA Gent was verhinderd, maar hoorde wel bij de elf initiatiefnemers: zes Nederlandse en vijf Belgische clubs. Zij wilden onderzoeken of een gezamenlijke competitie betere sportieve en commerciële kansen bood. [ref]

    Deloitte onderzocht vervolgens de mogelijke meerwaarde. De KNVB meldde op 25 oktober 2019 dat de eerste onderzoeksfase voldoende potentieel liet zien om verder onderzoek te rechtvaardigen. Na de tweede fase besloten de elf clubs op 23 januari 2020 verder te gaan met een businessplan. De ambitie was een competitie vlak achter de Europese top vijf: Engeland, Spanje, Duitsland, Italië en Frankrijk. [ref] [ref]

    De betrokken clubs wilden gezamenlijk sterkere media- en sponsorcontracten afsluiten. De ranglijst hieronder laat zien vanuit welke historische sportieve positie die ambitie werd besproken: de UEFA-landenranglijst na seizoen 2019/20, over de seizoenen 2015/16 tot en met 2019/20. De punten zijn voor de leesbaarheid afgerond op één decimaal. [ref]

    Positie Land in 2019/20 Punten over vijf seizoenen
    1 Spanje 102,3
    2 Engeland 90,5
    3 Duitsland 74,8
    4 Italië 70,7
    5 Frankrijk 59,2
    6 Portugal 49,4
    7 Rusland 45,5
    8 België 37,9
    9 Oekraïne 36,1
    10 Nederland 35,8

    De ranglijst is gebaseerd op de UEFA-coëfficiënten na seizoen 2019/20. Bij de prognose van 51,6 punten zou de BeNeLiga in deze ranglijst zesde staan, boven Portugal en achter Frankrijk. Dat maakt de ambitie om de Europese top vijf te benaderen concreet. Het ging om een prognose voor een niet gespeelde competitie; voor een eigen UEFA-notering waren afspraken nodig over de berekening en Europese toegang.

    Was er UEFA-goedkeuring en hoeveel Europese tickets waren voorzien?

    Het werkdocument uit 2020 ging uit van zeven Europese tickets, terwijl Nederland en België in die periode samen tien startplaatsen hadden. Die zeven waren een schatting en geen toekenning door de UEFA. Een gesprek met de Europese bond betekende evenmin dat alle voorwaarden waren goedgekeurd. [ref]

    In eerdere scenario’s wilden de landen hun vijf plaatsen per land behouden. Dat riep een wezenlijke vraag op: zouden de beste clubs van de gezamenlijke ranglijst zich plaatsen, of de beste clubs per land? Bij zeven plaatsen was een gelijke verdeling bovendien onmogelijk. De voorgestelde verdeling van Europese tickets laat zien waarom dit een belangrijk discussiepunt bleef.

    Ter vergelijking: de vijf reguliere plaatsen per land in het Europese seizoen 2021/22 waren als volgt opgebouwd:

    • Eén plaats voor de kampioen in de groepsfase van de Champions League.
    • Eén plaats in de voorronden van de Champions League voor de tweede club: de tweede voorronde voor Nederland en de derde voor België.
    • Eén plaats in de play-offs van de Europa League voor de bekerwinnaar.
    • Eén plaats in de derde voorronde van de Conference League.
    • Eén plaats in de tweede voorronde van de Conference League.

    Dit is de historische toegangslijst voor 2021/22. Nationale play-offs en het doorschuiven van een bekerticket bepaalden mede welke clubs de plaatsen innamen; dit was geen vastgestelde toegangslijst voor de BeNeLiga. [ref]

    UEFA-voorzitter Ceferin heeft destijds aangegeven dat hij het niet ziet zitten om maar liefst 10 tickets aan één competitie te schenken. Ook is hij geen voorstander van het idee om elk land afzonderlijk te behandelen (dus 5 tickets per land), terwijl het een gezamenlijke competitie betreft.

    De latere ontwikkelingen rondom het aantal Europese tickets voor de BeNeLiga waren niet erg positief. Men ging niet meer uit van 10 tickets, maar slechts 7. Dit betekende dat clubs uit de subtop het moeilijker gaan krijgen om Europees voetbal te gaan spelen.

    Waarom werd een start in 2025 genoemd?

    Seizoen 2025/26 was een beoogd startmoment omdat de toenmalige Nederlandse tv-afspraken tot medio 2025 liepen. De livewedstrijden werden in die periode uitgezonden door ESPN, voorheen FOX Sports. Een nieuwe rechtenperiode bood ruimte om gezamenlijke Nederlandse en Belgische wedstrijden aan omroepen, kabelaars en streamingdiensten aan te bieden. De hogere verwachte opbrengst moest ook doorstromen naar de nationale competities onder de BeNeLiga. Het was een vooruitzicht uit de toenmalige discussie, geen vastgelegde startdatum. [ref]

    Voor een mogelijke invoering was het plan om ook de andere clubs en overheden bij de verdere uitwerking te betrekken. [ref]. Door het stopzetten van het project in 2022 is dit startscenario niet gerealiseerd. De historische planning vormt geen aankondiging van een volgend seizoen.

    Waarom is de BeNeLiga stopgezet?

    Ajax, PSV, Feyenoord, FC Utrecht, Vitesse en AZ stelden op 30 maart 2022 vast dat er bij hen en de overige Nederlandse clubs onvoldoende draagvlak was. De Eredivisie publiceerde de beëindiging op 31 maart. In de laatste maanden was ook een split season model onderzocht: eerst nationale wedstrijden, daarna een gezamenlijke fase. Een delegatie besprak dat begin maart met de UEFA. Ook dit traject werd beëindigd. [ref]

    De Belgische Pro League had in 2021 unaniem steun uitgesproken om de mogelijke realisatie alle kansen te geven, met economische stabiliteit voor de overige clubs als voorwaarde. Dat principeakkoord was dus iets anders dan een definitief invoeringsbesluit van beide landen. [ref]

    AA Gent-voorzitter Ivan de Witte wees na het stopzetten op het verschil in sportieve positie: Nederlandse clubs presteerden in 2021/22 goed in Europa, terwijl België een mindere periode doormaakte. Volgens hem was dat enkele jaren eerder omgekeerd. Competitieadviseur Pieter Nieuwenhuis noemde tegenover de NOS daarnaast de lange doorlooptijd en het onvoldoende betrekken van de andere clubs, supporters, spelers, sponsors en televisiemaatschappijen. Ook verschillen in contracten en afspraken over veiligheid moesten worden opgelost. [ref]

    De Witte sloot een nieuwe poging in de toekomst niet uit. Zo’n poging zou opnieuw afspraken vergen over deelnemers, inkomsten, de nationale competities en Europese toegang. De nieuwsberichten uit de BeNeLiga-discussie geven achtergrond bij de opeenvolgende voorstellen.

    Referenties

    [verbergen]
      Datum gepubliceerd: 14-06-2019 | Datum bijgewerkt: 02-11-2026 | Auteur:

      Deel dit artikel

      Deel dit bericht via social media met je familie, vrienden en collega's!

      Wat was de BeNeLiga en waarom ging het plan niet door? Lees over de 18 beoogde clubs, voordelen, onderzoeken, Europese tickets en het stopzetten in 2022.


      Over de auteur

      Patrick de Graaf, auteur en beheerder

      Ik ben Patrick de Graaf, auteur en beheerder van BeNeLigavoetbal.nl. Ik heb 25 jaar gevoetbald en volg het Nederlands elftal en Nederlandse clubs. Sinds 2014 ontwikkel en beheer ik websites over EK’s, WK’s en Europese clubcompetities, in het Nederlands, Engels en Duits.

      Ik richtte de website in 2019 op om de informatie over de BeNeLiga-plannen te bundelen. Voor de achtergrond gebruik ik oorspronkelijke publicaties, waaronder die van de KNVB en de Eredivisie. Meer over mij en de bronnen lees je op Over ons. Een aanvulling of correctie kun je via contact doorgeven.